Difficulty: beginner
Estimated Time: 10 minuten

Aan het einde van deze oefening kun je het volgende:

  • Starten van een interactieve shell in een nieuwe of draaiende container;
  • Starten van een neven proces in een draaiende container;
  • Het maken van een lijst met containers gebruik makend van meer opties en filters.

2. Interacteren met containers

Step 1 of 3

2.1 Schrijven naar containers

1) Maak een container aan met de debian:9 image en maak een connectie naar de bash shell van deze container gebruikmakend van de -i -t argumenten:

  • -i, --interactive Keep STDIN open even if not attached
  • -t, --tty Allocate a pseudo-TTY

docker container run -i -t debian:9 bash

Je hebt nu een terminal open in de container zelf.

2) Bekijk je containers filesystem door gebruik van het commando ls -l (list) en maak een nieuw bestand aan met het commando touch :

touch kixs.txt

3) Verlaat de container door middel van het commando

exit

4) Start nu een nieuwe container van het zelfde image:

docker container run -i -t debian:9 bash

4) Kijk of je het bestand kixs.txt kunt vinden in de container. Als het goed is bestaat dit bestand niet meer. Dit komt omdat je een nieuwe container hebt gestart in plaats van de container waar je in werkte. Verlaat de container weer door middel van het commando exit.

Tips

  • De -i -t argumenten worden vaak samengepakt in -it
  • Een alternatief voor -it is docker container attach, mits de container een bash shell proces heeft. Dit komt in hoofdstuk 3 nog aan de orde.
  • Je hebt geschreven naar de laatste layer van de container, dit is een schrijfbare laag en deze blijft bestaan zolang de container bestaat, of deze nu draait of niet.